Hoe hij echt heette heb ik nooit geweten, maar zijn bijnaam dankte de pannenkoekenpost aan die zomerdag waarop hij de brieven en de krant door de deur duwde en de geur van versgebakken pannenkoeken door de openstaande keukenramen oppikte. ‘Ruikt lekker’, zei de postbode. ‘Prikt u soms een vorkje mee?’ vroeg mijn moeder. Even later zat een rijtje kinderen met open mond te kijken naar hoe de postbode een pannenkoek met stroop verorberde. Onze eigen bordjes bleven onaangeroerd. Toen veegde hij zijn mond af, sprak ‘bedankt, mevrouw, dag kinderen’, en vervolgde zijn ronde.
Waarom waren wij zo onder de indruk? Ik denk omdat de postbode dertig, veertig jaar geleden nog een echte autoriteit was. Hij stond in de maatschappelijke pikorde misschien wel op gelijk niveau met de politieagent. Als zo iemand aanschoof aan een tafel met gewone mensen en kinderen was dat heel bijzonder.

Reacties