Ik schreef afgelopen week dit in het FD.
Bas Jacobs reageerde daarop met een stuk op het weblog economie.nl.
En nu ga ik daar weer op reageren. Ik negeer even de
aanvallen van Bas op de man (‘geen overtuigende argumenten meer’, ‘een
Swedertje’, ‘wetenschappelijke zondeval’, ‘goedkoop retorisch trucje’).
Daarvoor is het onderwerp te interessant.
De liquiditeitsval is een essentieel, maar in de
beleidsdiscussie vaak weggelaten, onderdeel van de keynesiaanse analyse, dat
alleen overheidsstimulering ons uit de recessie kan trekken. Zonder
liquiditeitsval zouden we kunnen wachten tot rentes en andere prijzen zich
aanpassen, en de economie zichzelf weer richting evenwicht stuwt. De reële
rente is te hoog, en gaat niet vanzelf omlaag, dat is het fundament onder het
keynesiaanse pleidooi voor overheidsingrijpen.
Alle reden dus om dat onderdeel van de analyse publiek te
bespreken. Voordat we het begrotingstekort en de staatsschuld laten oplopen,
moeten de economen die hiervoor pleiten hun analyse zorgvuldig uitleggen aan
het publiek. Jazeker: de lezer van het FD en iedere andere geïnteresseerde leek
moet hierover meedenken en zich er een oordeel over vormen. Het lijkt me niet
verstandig om het begrotingsbeleid alleen onder (gepromoveerde) economen te
bespreken en de uitkomst vervolgens mede te delen aan het publiek.
Economen kunnen dan ook niet volstaan met de
gesimplificeerde versie van het verhaal: ‘er is vraaguitval door de crisis, de
overheid moet dit tijdelijk opvullen’. Want dat is in de meeste gevallen niet
hun echte analyse, die loopt via de te hoge reële rente, via de
liquiditeitsval.
Uitleggen dus, als je denkt dat Europa en Nederland in de liquiditeitsval
zit. Vertellen dat de nominale rente te hoog is en de inflatieverwachtingen te
laag. De meeste Nederlanders denken namelijk dat precies het tegendeel het
geval is.
En niet weglopen voor de contra-intuïtieve implicaties van
de analyse. Dat fabrieken opblazen en luieren goed kan zijn voor een economie
in liquiditeitsval, is niet een flauwigheid van de keynesiaanse oppositie. Nee,
het is een integraal onderdeel van de hypothese zelf.
Ik zal de lezer hier niet lastig vallen met een lange
leeslijst met wetenschappelijke artikelen. Maar in bijvoorbeeld dit artikel van
Gauto Eggertsson en Paul Krugman vertellen de auteurs enthousiast over de ‘perverse results’ van hun model. Zo is
er de ‘Paradox of Toil’, de Paradox van het Zwoegen, waarbij een ijverige
beroepsbevolking de productiecapaciteit van de economie vergroot, waardoor
inflatieverwachtingen worden getemperd, de reële rente stijgt en de economie
juist minder gaat produceren.
IJver zorgt voor krimp. Luiheid voor groei. Volgens dezelfde
redenering is prijs- en loonflexibiliteit in de liquiditeitsval slecht voor het
herstel. In een andere publicatie stelt Eggertsson dat kartels vanwege hun
prijsopdrijvende effect goed zijn voor een economie in de liquiditeitsval.
Krugmann zelf schreef het in 2011 zo: “something that forces
firms to replace capital, even if that something seemingly makes them poorer,
can stimulate spending and raise employment.” Het is een logische voorspelling van de theorie
van de liquiditeitsval: het vernietigen van productiecapaciteit verhoogt de
output. Niet een retorisch trucje van de tegenstanders om de theorie
belachelijk te maken, maar bedacht en opgeschreven door de voorstanders zelf.
Natuurlijk, geen keynesiaan pleit natuurlijk voor het
opblazen van fabrieken, maar soms doet moeder natuur dat voor ons. De
aardbeving van 2011 in Japan was een negatieve schok voor de
productiecapaciteit in een economie die – volgens veel economen - in een liquiditeitsval zit. Hier een linkje
naar een recent onderzoek, dat suggereert dat de aardbeving de economie van
Japan niet heeft geholpen.
De onderzoeker pakte een theorie (liquiditeitsval), distilleerde
er een hypothese uit (negatieve aanbodschok zorgt voor economische groei) en
testte die met data (geen bewijs). Dat is keurige wetenschap, en geen
wetenschappelijke zondeval.
Laatste reacties