Verstopt tussen de btw-verhogingen, nullijnen en eigen bijdragen, staan in het mislukte Catshuisakkoord twee opmerkelijke plannen voor de pensioenfondsen.
Ten eerste wilden de coalitiepartijen plus gedoger de onderdekking bij de fondsen oplossen door de rekenrente te verhogen (ongetwijfeld op initiatief van de PVV). Want waarom zou je noodzakelijke en pijnlijke maatregelen nemen, als je ook kunt rommelen met de boekhoudregels?
In het akkoord staat het zo:
“In het kader van de herziening van het financieel toetsingskader voor de pensioenfondsen zal de risicovrije discontovoet worden berekend inclusief een zogeheten ultimate forward rate (UFR), die volgens de huidige inzichten oploopt naar circa 4%. Op basis van de actuele inzichten in beurskoersen, rente en te hanteren UFR, zal de gemiddelde korting op pensioenen in 2013 en 2014 daarmee dicht bij nul liggen.”
Briljant! We hoeven niet meer te korten, want de toekomstige uitkeringen zijn zojuist met een enkele pennenstreep minder kostbaar verklaard. Pensioenverplichtingen hoeven voortaan niet meer op basis van marktwaardering worden berekend, maar op basis van een theoretische rente, zoals vorig jaar werd voorgesteld door onder andere oud-ABP-er Jean Frijns.
Die UFR is een kunstmatige rente, berekend door de rentecurve van betrouwbare obligatie tot voorbij de looptijd te extrapoleren. Zo construeer je rentes die (misschien) zouden gelden voor verplichtingen met lange looptijd van de pensioenfondsen. Er zitten – zacht gezegd – nogal wat nadelen aan het gebruiken van een kunstmatige rentecurve bij het waarderen van toekomstige verplichtingen. Vorig jaar publiceerde het ministerie van Sociale Zaken een onderzoek naar onder andere de UFR als rekenrente, waarin deze keurig staan opgesomd.
Het belangrijkste nadeel is dat om een rente gaat die moet worden berekend. Het maakt dan uit hoe je die som maakt. De onderzoekers van het ministerie schrijven: “Hierdoor kan de vaststelling van de hoogte van de UFR onderwerp van discussie worden tussen belanghebbenden.” Het is dus een subjectief construct, waarmee kan worden gemanipuleerd.
Uiteindelijk komt er met het gebruiken van een hogere rekenrente geen cent extra in de pensioenkas. Maar de dekkingsgraad stijgt wel, dus er wordt minder gekort op uitkeringen en er wordt eerder geïndexeerd. Geld en rechten schuiven van jong naar oud. De huidige 65plussers nemen een voorschot op de rendementen die (hopelijk) gemaakt gaan worden op de inleg van de huidige werkenden. Als die rendementen tegenvallen, is het geld al uitgegeven. Pech voor jong.
En dat die rendementen tegenvallen, daar leken de drie onderhandelaars in het Catshuis ook wel voor te willen zorgen. In het bijna-akkoord staat de volgende merkwaardige passage:
“Met pensioenfondsen worden afspraken gemaakt over investeren in de Nederlandse economie. Zo snijdt het mes aan twee kanten. Enerzijds komen de afspraken ten goede aan de versterking van ons land. Anderzijds is het interessant voor pensioenfondsen als zij een bijdrage kunnen leveren. Dit gebeurt op marktconforme wijze.”
Hoe je pensioenfondsen ‘op marktconforme wijze’ kunt dwingen om in Nederland te beleggen, is mij niet duidelijk. Maar de tendens naar meer Nederlandse beleggingen door onze pensioenfondsen is zorgwekkend. Als er elders meer rendement valt te halen, dan moeten de fondsen vooral daar beleggen, lijkt me.
Als er een goede reden is om minder rendabele Nederlandse investeringsprojecten voor te trekken, dan moet de overheid die uit de algemene middelen subsidiëren. Laat je het de pensioenfondsen doen, dan hef je feitelijk een belasting op pensioenbesparingen. Want de fondsen leveren rendement in. Het is niets anders dan een stiekeme greep in de pensioenkas door de overheid.

Laatste reacties